Toren-weetjes

Wat is het geheim van de Torensluisbrug? 

Het Singel is van ongeveer 1425 tot 1593 buitengracht van Amsterdam geweest. Aan de binnenzijde van het water stond een vestingmuur met op regelmatige afstanden torens. Op een knik in de vestingmuur lag de Jan Roodepoortstoren, waarnaast zich een kleine doorgang in de stadsmuur bevond en een smalle houten brug over het water geslagen was. Zowel toren, poort als brug waren genoemd naar Jan Roode, die hier langs de stadsvest een touwslagerij bezat. In de toren werden gevangenen opgesloten.

Na de stadsuitbreidingen van 1593 werd de middeleeuwse stadsmuur overbodig en gesloopt. Enige muurtorens, die nog in gebruik waren, bleven voorlopig bestaan; ook de middeleeuwse Jan Roodenpoortstoren.

De omgeving veranderde nu volkomen: aan de overkant van Het Singel verrezen grote nieuwe huizen en in 1614 begon men met de bebouwing van de Heren- en Keizersgracht. De oude vestingtoren, die aan een belangrijke verbindingsweg tussen de nieuwe uitleg en de oude stad stond, was een ontsierend relict uit het verleden. Dat vond ook burgemeester Reynier Pauw die hier aan Het Singel schuin tegenover de Jan Roodepoortstoren woonde. Hij keek uit op het middeleeuwse waltorentje. Het was daarom niet verwonderlijk dat het plan ontstond om deze toren te voorzien van een bekroning op dezelfde wijze als men de Montelbaanstoren en de Haringpakkerstoren aan de Y-kant in 1605 had verfraaid.
Op 10 mei 1616 vatte men het werk aan: de oudere toren werd met een vierkante huid omtrokken. Boven deze vierkante gemetselde ondertoren kwam de houten bekroning.

In 1829 is de toren afgebroken. De brede brug is een vreemd element in de stad geworden, een ding met een verleden, een geheim.

Waarom heeft de Nieuwe Kerk geen toren?

De geschiedenis van de Nieuwe Kerk begint omstreeks 1380 naast de boomgaard van Willem Eggert. Hij schenkt dit terrein, dat naast zijn huis ligt, als bouwgrond voor de kerk en wordt de bouwheer en financier van de kerk die op 25 november 1409 gewijd wordt. De Nieuwe Kerk zoals wij die nu kennen is in fasen tot stand gekomen. In 1565 krijgt de Oude Kerk een nieuwe toren en de Nieuwe Kerk wil niet achterblijven; men begint met het heiwerk voor een eigen toren, maar door het veranderende religieuze en politieke klimaat wordt de verdere uitvoer van de plannen onmogelijk gemaakt. In 1645, als door werkzaamheden van loodgieters de kerk uitbrandt, op het koor en straalkapellen na, staan er twee bouwvallen dicht bij elkaar, het oude aftandse stadhuis uit de veertiende eeuw en de afgebrande Nieuwe Kerk.

Amsterdam is dan, in het midden van de zeventiende eeuw, op het hoogtepunt van zijn macht. Dus worden er grootse plannen gemaakt voor een nieuw stadhuis . En burgemeester Willem ­Backer brengt het plan in voor een grote toren van de Nieuwe Kerk: een zeer hoge toren,  zelfs hoger dan de Dom van Utrecht: 115 meter. In 1647 wordt de laatste van de 6363 palen voor de toren de grond ingeslagen. Er volgt een oud magisch ritueel om de bouw goed te laten verlopen: een bouwoffer ter waarde van 200 gulden aan goud en een eerste steenlegging.

In 1653 wordt de bouw gestaakt. De Eerste Engels-Nederlandse Oorlog breekt uit. Het geld voor de bouw van de toren wordt voor die oorlog gebruikt. Ook vallen de kosten voor de bouw van het nieuwe Stadhuis, dat op dat moment in volle gang is, dermate hoog uit (uiteindelijk meer dan 8 miljoen gulden), dat het stadsbestuur besluit om van de bouw van de toren voor De Nieuwe Kerk af te zien. Burgemeester Willem Backer is dan al overleden.

In 1783 wordt de onvoltooide romp grotendeels gesloopt. Wat rest is de onderbouw voor de westgevel van de kerk.

Hoe kan haring het stadsbeeld van Amsterdam mede bepalen?

Op de hoek van Het Singel en de huidige Prins Hendrikkade stond een toren. Die werd eerst de Heilig Kruistoren genoemd, een katholieke benaming. Tijdens de Spaanse overheersing van de Nederlanden, werden stedelingen die het katholieke geloof afvielen in deze toren gevangen gezet. Kort daarna werden de ‘veroordeelden’ heimelijk in de nacht zonder enig verhoor of proces, gekneveld aan handen en voeten, achterover van de toren in Het IJ gegooid. Dit deel van Amsterdam werd Haringpakkerij genoemd, die liep van de kop van Het Singel tot aan de Martelaarsgracht, de huidige Prins Hendrikkade. Hier werd door de haringpakkers de haring gezouten en gekuipt. De haringvangst was een belangrijke bron van inkomsten voor de stad. Na de Alteratie (1578) werd de toren omgedoopt in Haringpakkerstoren. Daarin hadden de haringkeurmeesters hun kantoor. Scherp toezicht en voorschriften waren nodig want knoeierijen kwamen geregeld voor.

Op de oorspronkelijke toren werd in 1606 een sierlijke torenspits geplaatst. Een stadsverordening uit 1601 bepaalde dat bij het luiden van een kleine klok in de toren de haringpakkers die in de buurt waren op de werkplek moesten verschijnen, om hun aandeel in de te verrichten arbeid te leveren.

 

In 1829 is de toren afgebroken. Deze bezuinigingsoperatie werd uitgevoerd omdat de verarmde stad het onderhoud van het verwaarloosde bouwwerk te duur vond. Ter gelegenheid van het 50-jarige bestaan van Stadsherstel Amsterdam bood deze instelling de stad de herbouw van de toren aan. Op 12 april 2010 werd echter bekendgemaakt dat zij daar van afzag. Dit uit vrees dat de authenticiteit van de binnenstad aangetast zou worden.

 

Sponsors editie 2022